Een dinosarus onder Geneve

 

Wat een geluk dat wij als land Robbert Dijkgraaf hebben. Open blik, ruime geest, even vriendelijke als heldere ogen en een glimlach die als gebeiteld om de mondhoeken krult. Beetje James Spader, maar dan niet geacteerd. Maar evenzogoed wel cum laude afgestudeerd in de theoretische natuurkunde. En ook nog de Rietveld Academie gedaan. Multitalent. En toch zo aards. Robbert kan de ingewikkeldste dingen in een paar zinnen zo uitleggen dat het net is alsof je het snapt. Cruyff, maar dan wetenschappelijk verantwoord.

Robbert verscheen deze week bij Matthijs om uit te leggen waarom honderd meter onder Geneve een gebeurtenis had plaatsgevonden die wetenschappelijk gezien van onschatbaar historisch belang was. Niet dat de geslaagde botsing van twee protonen mij was ontgaan, maar eerlijk gezegd was ik allang blij dat de aarde niet was meegezogen in het zwarte gat dat volgens sommigen het gevolg van die confrontatie had moeten zijn. Ik heb nu eenmaal geen verstand van protonen, van atomen trouwens ook niet. Ik kijk als een eenvoudige boerenkwikstaart naar zo'n project en dan vraag ik me toch af waarom de geleerden honderd meter diep de grond in moeten om zo'n "volkomen veilig" experiment uit te voeren.
Gelukkig hebben we Robbert Dijkgraaf om zo'n gebeurtenis terug te brengen naar het spruitjesniveau dat voor types zoals ik behapbaar is. Robbert had twee promovendi meegenomen, een ietwat wereldvreemde jongedame die zo op de lachspieren werkte dat we haar ongetwijfeld op tv gaan terugzien en een jongeman bij wie ik mij veel meer een zojuist in Hollywoord doorgebroken filmacteur kon voorstellen dan een wetenschapper op weg naar de doctortitel. Robberts secondanten behoren tot de bevoorrechten die in Geneve met de kleine deeltjesversneller, de Large Hadron Collider, mogen werken. Als de doemtheorieën waren uitgekomen, zouden zij als eersten in het zwarte gat zijn verdwenen, maar dat viel dus mee.
Als ik het goed begreep zijn we weer een stapje dichter bij de ontraadseling van het grote mysterie van onze oorsprong en die van de aarde, de melkweg, het heelal en God mag weten wat er nog meer is waarvan wij het bestaan niet kennen. De protonenclash moet ons informatie opleveren over het al dan niet bestaan van deeltjes die nog nooit iemand heeft gezien. Nou ja, in het echt dan, want ene meneer Higgs kon ze zesenveertig jaar geleden wel dromen. Hij bedacht de theorie die nu in de praktijk wordt getoetst à rasion van vijf miljard euro. De PVV zal wel weer uit zijn vel springen om zoveel geldverspilling, maar ik vind het een alleszins verdedigbaar bedrag, zeker nu Robbert Dijkgraaf en zijn jonge knappe koppen zo aanstekelijk hebben verteld wat het belang van die kleine deeltjesversneller is.
Ik voelde zelfs enige opwinding toen Robbert bijna en passant opmerkte dat het Higgs deeltje wellicht niet gevonden wordt en dat we dan pas echt voor een fascinerend raadsel staan. Ik kreeg er fantasieën bij die ongetwijfeld absurd zijn, maar daardoor niet minder opwindend. Zo zag ik voor mij hoe, als in een boek van Jules Verne, honderd meter onder Geneve nieuw leven ontstond als gevolg van een met iets te hoge snelheid uitgevoerde botsing tussen twee protonen. Opeens verscheen een dinosaurus in die tunnel. Vuur spugend baande het beest zich een weg naar de controle-units. Een soort Jurassic Park, maar dan diep onder de aardbodem. Met speels gemak vernietigde de getergde dino de als supersolide beschouwde constructie die de kleine deeltjes hermetisch van de buitenwereld had moeten afsluiten. En daarna was de beer los. Ach, ik heb een rijke fantasie. 
Ik schakelde snel naar de zender waarop Matthijs werd herhaald. Toen Robbert Dijkgraaf in beeld kwam, werd ik vanzelf rustig. Scheelde toch weer een seresta.